Bewegen met kleuters in de klas - Tips voor de beweeghoek
Waarom is bewegen met kleuters zo belangrijk?
Grove motoriek gaat vooraf aan fijne motoriek. Klimmen, springen en balanceren trainen de rompstabiliteit, spierkracht en oog-handcoördinatie die kleuters nodig hebben om later stil te kunnen zitten, te schrijven en zich langer te concentreren. Bewegen is bij deze leeftijd geen pauze van het leren, het is een voorwaarde ervoor.
De Gezondheidsraad adviseert kinderen vanaf 4 jaar minstens een uur per dag matig intensief te bewegen, aangevuld met spier- en botversterkende activiteiten als springen, klimmen en dansen op minstens drie dagen per week. Buitenspelen telt daarin mee, maar ook gerichte bewegingsmomenten in bijvoorbeeld de klas.
Welke beweegspellen werken goed bij kleuters?
Een gevarieerde les of beweeghoek wisselt vier bewegingsvormen af: balanceren, klimmen, springen en samen bewegen. Elke vorm traint iets anders, dus de combinatie doet het werk.
- Balanceren op stapstenen of een wiebelplank. Traint evenwicht en rompstabiliteit, de basis voor rechtop zitten en schrijven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Gonge stapstenen.
- Klimmen over een klimrek. Traint kracht, durf en het inschatten van eigen grenzen (zorg voor een zachte ondergrond).
- Een parcours doorlopen met een hindernisbaan waar je over, onder en omheen moet. Traint bewegingsplanning en volgordebesef en houdt de hele groep tegelijk in beweging.
- Springen en kruipen tussen hoepels en pionnen. Traint sprongkracht en het schatten van afstand. Met een spelpakket kun je wekelijks de opstelling veranderen. Zo blijft dezelfde set nieuw.
- Samen bewegen in groepjes van twee of drie. Traint beurten nemen, wachten en afstemmen.
Herhaling is bij kleuters geen probleem maar een voorwaarde. Een gangbaar advies is om dezelfde les twee keer in dezelfde week te geven: de eerste keer verkennen kinderen, de tweede keer komen ze pas echt tot de vaardigheid.
Hoe richt je een beweeghoek in?
Een beweeghoek is een vaste plek in het lokaal waar kleuters zelfstandig terechtkunnen, los van een klassikale les. Vier dingen bepalen of hij ook echt gebruikt wordt:
- Zichtlijn. Kies een plek die je vanaf je gebruikelijke werkplek kunt overzien. Een hoek waar je niet bij kunt kijken, gaat dicht zodra het druk wordt.
- Vrije ruimte. Rondom klim- en balansmateriaal genoeg ruimte om eraf te kunnen stappen, en niet pal naast een kast, radiator of raam.
- Capaciteit. Spreek af hoeveel kinderen er tegelijk mogen. Twee of drie werkt bij kleuters het best; meer levert wachten en gedoe op.
- Opruimen. Materiaal met een vaste plek in een bak of op een kar gaat na afloop terug. Zonder die plek slibt de hoek binnen een week dicht.
Materiaal voor de beweeghoek
Klein starten mag. Een paar stapstenen en een wiebelplank op de grond zijn genoeg voor een eerste opstelling. Verderop kun je uitbreiden met een bewegingsspel dat meegroeit met wat de groep aankan.
Is de vloerruimte beperkt, dan houdt een wandspel de vloer vrij en heb je toch een vaste beweegplek. Zet je de hoek op de gang, check dan even of die ruimte geen vluchtroute is; daar mag doorgaans niets permanent staan.
Wissel de materialen elke paar weken. Dezelfde stapstenen van Gonge in een andere opstelling voelen voor kleuters als een nieuwe activiteit, en dat scheelt aanschaf.
Aan de slag met bewegen in de klas
Bewegen met kleuters vraagt geen grote ingreep. De winst zit in de combinatie: een les bewegingsonderwijs met een duidelijk leerdoel, plus een vaste plek in het lokaal waar kinderen tussendoor zelf aan de slag kunnen op de dagen dat de speelzaal bezet is.
Begin klein. Kies één hoek die je vanaf je werkplek kunt overzien, leg er stapstenen en een wiebelplank neer en spreek af met hoeveel kinderen tegelijk. Kijk na een paar weken wat er wel en niet gebruikt wordt, en breid van daaruit uit. Dat werkt beter dan in één keer een complete opstelling neerzetten die je daarna weer moet afbouwen.
Kinderspel levert al ruim 25 jaar balans- en bewegingsmateriaal aan kinderdagverblijven en basisscholen. Op de pagina speelgoed voor de kinderopvang vind je het assortiment voor groep 1 en 2, inclusief materiaal dat tegen dagelijks gebruik in een groep kan.
Wat is het verschil tussen vrij spelen en bewegingsonderwijs?
Bij vrij spelen in de speelzaal kiest het kind zelf wat het doet en met wie. Bij bewegingsonderwijs ligt er een leerdoel onder de les, zoals een vaardigheid aanleren of leren samenspelen in een groepje. Beide zijn nodig, maar ze vervangen elkaar niet.
Sinds augustus 2023 zijn basisscholen verplicht minimaal twee lesuren bewegingsonderwijs per week te geven, in de praktijk twee keer 45 minuten. Die norm geldt ook voor groep 1 en 2. Juist daar lukt het scholen het vaakst niet, meestal door een tekort aan zaalruimte of een vol rooster. Een vaste beweegplek in het lokaal zelf vult dat gat op de dagen dat de speelzaal bezet is.
Vrij spelen kent daarnaast een valkuil. Kinderen die zich ergens onzeker bij voelen, mijden die activiteit zonder sturing bijna altijd. Werk daarom met vaste vakken of hoeken in de zaal en laat groepjes van twee of drie kleuters rouleren langs de opdrachten. Zo oefent ieder kind alle vaardigheden, ook het kind dat er uit zichzelf omheen zou lopen.
Veelgestelde vragen over bewegen met kleuters
Wat zijn leuke beweegspellen voor kleuters?
Spelletjes waarbij kinderen rennen, springen en hun evenwicht oefenen terwijl ze spelen, zoals de vloer is lava, het tegenovergestelde spel en pittenzakjes gooien.
Wissel deze spelletjes af met de materialen uit de beweeghoek, dat voorkomt dat kinderen op dezelfde oefening uitgekeken raken.
Wat zijn leuke manieren om kleuters te leren in beweging?
Leuke manieren om kleuters te leren en tegelijkertijd te laten bewegen, bewegend leren, combineren fysieke actie met spel.
Denk aan cijfers of letters op de vloer aantikken tijdens het springen.
Wat zijn leuke motoriek oefeningen voor kleuters?
Leuke motoriek oefeningen voor kleuters zijn op te delen in activiteiten voor de grove motoriek, grote bewegingen, en de fijne motoriek, kleine hand- en vingerbewegingen.
Bied allebei aan, kleuters hebben beide vormen nodig voor een evenwichtige ontwikkeling.
Wat zijn 3 voorbeelden van grove motoriek?
Drie duidelijke voorbeelden van grove motoriek zijn lopen of rennen, springen en fietsen.
Deze bewegingen gebruiken de grote spiergroepen en vormen de basis voor bewegingsonderwijs bij kleuters.
Hoe motoriek kind verbeteren?
Je verbetert de motoriek van je kind het beste door dagelijks spelenderwijs te oefenen, met korte momenten van 5 tot 10 minuten.
Herhaling in korte, speelse sessies werkt beter dan een enkele lange oefening per week.