Bewegen met peuters - Beweegactiviteiten 2-4 jaar
Peuters van 1 tot 4 jaar willen bewegen, ontdekken en vooral veel herhalen. Klimmen, klauteren, fietsen, kruipen, balanceren en springen zijn niet alleen leuke bezigheden: peuters oefenen hiermee hun grove motoriek, evenwicht, coördinatie en lichaamsbesef.
Bewegen met peuters hoeft niet ingewikkeld te zijn. Klimmen, klauteren, fietsen, balanceren, kruipen en springen zijn activiteiten die goed aansluiten bij de natuurlijke behoefte van jonge kinderen om hun lichaam te ontdekken.
Vooral bij kinderen van 1 tot 4 jaar is bewegen belangrijk voor de ontwikkeling van de grove motoriek, het evenwicht, de coördinatie en het lichaamsbesef. Een peuter hoeft daarbij geen ingewikkelde opdrachten uit te voeren. Juist korte activiteiten die een kind zelf kan ontdekken en meerdere keren kan herhalen, werken goed.
In deze blog vind je 15 bewegingsactiviteiten voor peuters die geschikt zijn voor thuis, de peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf. We kijken naar activiteiten voor peuters van 1 tot 2 jaar, activiteiten voor peuters van 2 tot 4 jaar en activiteiten die passen bij een peuter van 3 jaar. Ook geven we voorbeelden voor binnen en buiten.
Waarom is bewegen belangrijk voor peuters?
Een peuter leert veel door te bewegen. Wanneer een kind klimt, rent, fietst of over een obstakel stapt, leert het steeds beter hoe het zijn lichaam kan gebruiken.
Bewegen helpt onder andere bij:
- het ontwikkelen van de grove motoriek;
- het bewaren van het evenwicht;
- de coördinatie van armen en benen;
- het inschatten van afstanden en hoogtes;
- het ontwikkelen van lichaamsbesef;
- het zelfstandig uitvoeren van bewegingen;
- het vertrouwen krijgen in het eigen lichaam.
Bewegen hoeft daarbij geen aparte “les” te zijn. Een eenvoudig parcours in de speelruimte, een paar lage obstakels of een fietsroute buiten kan al voldoende zijn.
Peuters leren door te doen en te herhalen
Een peuter leert een nieuwe beweging vooral door te kijken, na te doen en de handeling meerdere keren te proberen. Daarom hoeft een beweegactiviteit niet lang te duren.
Een peuter kan bijvoorbeeld drie keer achter elkaar over een klimboog willen klimmen. De vierde keer gaat het misschien al gemakkelijker dan de eerste keer.
Herhaling is daarom geen probleem, maar juist onderdeel van het leren.
Doe een nieuwe beweging eventueel eerst rustig voor en geef het kind daarna de ruimte om zelf te ontdekken. Een kort parcours dat een peuter meerdere keren aflegt, kan daardoor meer opleveren dan een lange activiteit met veel uitleg.
15 bewegingsactiviteiten voor peuters
1. Klimmen en klauteren
Klimmen en klauteren zijn natuurlijke bewegingsactiviteiten voor peuters. Kinderen leren hierbij hun bewegingen af te stemmen op wat ze voor zich zien.
Een lage klimopstelling, klimboog of peuterklimparcours kan bijvoorbeeld worden gebruikt om:
- over een onderdeel heen te klimmen;
- onder een boog door te kruipen;
- een helling op en af te gaan;
- over lage treden te stappen;
- van de ene kant naar de andere kant te klauteren.
Doe een beweging eventueel eerst voor, maar laat de peuter daarna zelf ontdekken hoe hij het obstakel wil nemen.
Goed voor: grove motoriek, evenwicht, coördinatie en lichaamsbesef.
Tip voor de kinderopvang: gebruik een lage, stabiele klimopstelling en zorg rondom het materiaal voor voldoende vrije ruimte.
2. Maak een eenvoudig beweegparcours
Een beweegparcours voor peuters hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Met drie of vier onderdelen maak je al een leuke bewegingsactiviteit.
Bijvoorbeeld:
kruipen → over een lage verhoging → stappen over obstakels → door een tunnel → teruglopen
Je kunt het parcours iedere keer op dezelfde manier aanbieden, zodat peuters de route herkennen. Na een paar keer kun je één onderdeel veranderen.
Voor een peuter is het niet belangrijk om het parcours zo snel mogelijk af te leggen. Het gaat vooral om bewegen, ontdekken en herhalen.
Goed voor: grove motoriek, coördinatie, evenwicht en ruimtelijke oriëntatie.
3. Fietsen met peuters
Fietsen is een leuke activiteit voor peuters die al zelfstandig kunnen trappen of een geschikt peutervoertuig kunnen gebruiken.
Maak buiten bijvoorbeeld een eenvoudige fietsroute. Zet enkele pionnen of andere herkenningspunten neer waar de kinderen omheen kunnen rijden.
Je kunt opdrachten toevoegen:
- rij naar de rode pion;
- stop bij de lijn;
- rij om het obstakel heen;
- breng een bal naar de andere kant;
- volg de route terug naar het begin.
Zo wordt fietsen meer dan alleen heen en weer rijden.
Goed voor: beenkracht, coördinatie, sturen, balans en ruimtelijke oriëntatie.
4. Balanceren
Balanceren is een belangrijke beweegactiviteit voor peuters. Dat kan heel eenvoudig.
Laat kinderen bijvoorbeeld:
- over een lage balansbaan lopen;
- van het ene “eiland” naar het andere stappen;
- over een lijn op de vloer lopen;
- over lage obstakels stappen;
- van een lage verhoging naar een mat stappen.
Voor jonge kinderen is een brede, lage balansopstelling vaak voldoende uitdaging.
Goed voor: evenwicht, coördinatie en lichaamscontrole.
5. Springen
Ook springen kun je eenvoudig aanbieden.
Leg bijvoorbeeld gekleurde cirkels of zachte matjes op de vloer. Laat kinderen van de ene naar de andere plek springen of stappen.
Andere ideeën:
- springen als een kikker;
- over een zachte lijn springen;
- naar een bepaalde kleur springen;
- springen en daarna stil blijven staan;
- vanaf een lage verhoging op een zachte mat stappen of springen.
Bij jonge peuters hoeft het niet erg te zijn als beide voeten nog niet tegelijk van de grond komen. Het oefenen van de beweging staat centraal.
6. Kruipen en tijgeren
Kruipen is een eenvoudige activiteit die goed past bij jonge kinderen.
Maak bijvoorbeeld een korte kruiproute met een tunnel, lage boog of andere veilige doorgang.
Je kunt een knuffel aan het einde van de route leggen:
“Kun jij de beer naar de andere kant brengen?”
Of laat een peuter een zachte bal door de tunnel meenemen.
Goed voor: coördinatie, spierkracht, lichaamsbesef en ruimtelijke oriëntatie.
7. Rollen, gooien en vangen met een bal
Bij jonge peuters begint een balspel vaak met rollen.
Ga tegenover elkaar zitten en rol de bal naar het kind. Het kind kan de bal vervolgens terugrollen.
Wanneer dat goed gaat, kun je uitbreiden:
rollen → gooien → vangen → mikken
Een mand of grote bak kan bijvoorbeeld als doel worden gebruikt.
“Kun jij de bal in de mand gooien?”
Zo combineer je bewegen met een eenvoudige opdracht.
Goed voor: oog-handcoördinatie, kracht, richten en ruimtelijke oriëntatie.
8. Bewegen op muziek
Muziek nodigt kinderen bijna vanzelf uit om te bewegen.
Laat peuters bijvoorbeeld bewegen als:
- een olifant;
- een kikker;
- een vogel;
- een beer;
- een konijn.
Je kunt ook afwisselen tussen snel en langzaam bewegen. Wanneer de muziek stopt, staan de kinderen stil.
Deze activiteit is eenvoudig binnen uit te voeren en kan met een hele groep.
Goed voor: lichaamsbesef, ritme, coördinatie en luisteren.
9. Door een tunnel bewegen
Een tunnel kan op verschillende manieren worden gebruikt.
Een peuter kan er:
- doorheen kruipen;
- een bal doorheen rollen;
- een knuffel meenemen;
- achter een begeleider aan kruipen;
- doorheen kruipen en daarna over een obstakel stappen.
Combineer de tunnel met andere materialen en je hebt meteen een klein peuterparcours.
10. Over en onder obstakels bewegen
Zet enkele lage obstakels achter elkaar.
De opdracht kan zijn:
“Ga eroverheen.”
Daarna:
“Ga eronderdoor.”
En vervolgens:
“Loop eromheen.”
De activiteit kan steeds opnieuw worden uitgevoerd met andere materialen.
Dit is een eenvoudige manier om peuters verschillende bewegingsvormen te laten ervaren.
11. Spelen met hoepels
Een hoepel kan voor veel verschillende spelactiviteiten voor peuters worden gebruikt.
Leg meerdere hoepels op de grond en laat kinderen:
- van hoepel naar hoepel stappen;
- in een hoepel springen;
- om een hoepel heen lopen;
- een bal door de hoepel rollen;
- een hoepel als “huisje” gebruiken.
Je kunt kleuren gebruiken om er tegelijkertijd een eenvoudige opdracht aan te koppelen.
12. Duwen en trekken
Duwen en trekken zijn eenvoudige manieren om peuters hun kracht te laten gebruiken.
Denk bijvoorbeeld aan:
- een stevig duwmateriaal;
- een kar;
- een voertuig;
- een grote zachte bouwsteen;
- een trekobject.
Laat een peuter iets van de ene naar de andere kant van de ruimte brengen.
Dit soort activiteiten zijn vooral geschikt voor jonge kinderen die hun kracht en beweging nog volop ontdekken.
13. Bellen achterna bewegen
Bellenblazen is een eenvoudige activiteit die beweging uitlokt zonder dat je er een ingewikkeld spel van hoeft te maken.
Blaas een paar bellen en laat de kinderen:
- ernaartoe lopen;
- proberen een bel aan te tikken;
- springen naar een bel;
- de bellen volgen.
Hierdoor ontstaat vanzelf een combinatie van bewegen, kijken en reageren.
14. Maak buiten een bewegingsparcours
Buiten heb je meer ruimte voor een groter beweegparcours voor peuters.
Je kunt bijvoorbeeld combineren:
fietsen → stappen over obstakels → balanceren → kruipen → bal gooien
Maak het parcours niet te lang. Drie tot vijf verschillende onderdelen zijn voor jonge kinderen vaak al voldoende.
Een voordeel van een vast buitenparcours is dat kinderen de route na een paar keer herkennen en steeds zelfstandiger kunnen uitvoeren.
15. Vrij bewegen met groot motorisch materiaal
Niet iedere bewegingsactiviteit hoeft een opdracht te hebben.
Geef peuters soms juist de gelegenheid om vrij te bewegen met geschikt motorisch materiaal. Een klimboog, balansmateriaal, lage klimonderdelen of een eenvoudige beweegopstelling kan kinderen uitnodigen om zelf bewegingen te bedenken.
Het ene kind wil misschien klimmen, terwijl een ander liever onder een boog doorkruipt.
Vrij bewegen geeft peuters de mogelijkheid om op hun eigen niveau te oefenen.
Bewegingsactiviteiten voor peuters binnen
Niet iedere kinderopvang heeft binnen veel ruimte. Toch kun je met relatief weinig materiaal een goede beweeghoek maken.
Geschikte peuter activiteiten binnen zijn bijvoorbeeld:
- een klein klimparcours;
- kruipen door een tunnel;
- balanceren over lage onderdelen;
- springen tussen hoepels;
- bewegen op muziek;
- ballen rollen en gooien;
- over en onder obstakels bewegen.
Een vaste plek voor bewegen kan daarbij helpen. Kinderen herkennen de ruimte en weten welk materiaal ze daar kunnen gebruiken.
Een kralenbaan is bijvoorbeeld geen grote bewegingsactiviteit, maar kan binnen wel een korte activiteit zijn voor de fijne motoriek en concentratie. Voor echte bewegingsactiviteiten kun je deze combineren met materiaal voor de grove motoriek.
Bewegingsactiviteiten voor peuters buiten
Buiten is er meestal meer ruimte om grotere bewegingen te maken.
Denk aan:
- fietsen;
- rennen;
- klimmen en klauteren;
- balanceren;
- springen;
- een parcours afleggen;
- met ballen spelen;
- bellen achterna gaan;
- obstakels nemen.
Buiten hoeft een activiteit bovendien niet strak georganiseerd te worden. Een paar goed gekozen materialen kunnen al voldoende zijn om kinderen aan het bewegen te krijgen.
Activiteiten voor peuters per leeftijd
Niet iedere bewegingsactiviteit past op dezelfde manier bij iedere leeftijd. Een kind van 1 jaar heeft andere mogelijkheden dan een peuter van 3 jaar.
Activiteiten voor peuters van 1 tot 2 jaar
Bij kinderen van 1 tot 2 jaar ligt de nadruk vooral op het ontdekken van beweging.
Geschikte activiteiten voor peuters van 1 tot 2 jaar zijn:
- kruipen en tijgeren;
- lopen over een vlakke ondergrond;
- over zeer lage obstakels stappen;
- duwen en trekken;
- een bal rollen;
- door een lage tunnel kruipen;
- eenvoudige klim- en klauteractiviteiten;
- bewegen op muziek.
Geef jonge kinderen vooral voldoende tijd om zelf te ontdekken. Een activiteit hoeft niet veel stappen te bevatten.
Activiteiten voor peuters van 2 tot 4 jaar
Vanaf ongeveer 2 jaar kunnen activiteiten geleidelijk wat meer onderdelen bevatten.
Geschikte activiteiten voor peuters van 2 tot 4 jaar zijn bijvoorbeeld:
- een eenvoudig beweegparcours;
- klimmen en klauteren;
- fietsen;
- balanceren;
- springen;
- ballen gooien;
- door tunnels kruipen;
- bewegen op muziek;
- obstakels nemen.
Een peuter kan een opdracht steeds zelfstandiger uitvoeren, maar voordoen en samen oefenen blijven belangrijk.
Activiteiten voor een peuter van 3 jaar
Een peuter van 3 jaar kan vaak al meerdere bewegingen achter elkaar uitvoeren.
Je kunt bijvoorbeeld een parcours maken met:
klimmen → balanceren → springen → kruipen → bal gooien
Ook fietsen om pionnen, springen naar kleuren en eenvoudige bewegingsspelletjes met muziek passen goed bij deze leeftijd.
Probeer niet alleen steeds nieuwe activiteiten aan te bieden. Een bekende activiteit opnieuw uitvoeren kan juist interessant zijn omdat een kind merkt dat het steeds beter lukt.
Bewegen en de motorische ontwikkeling
Veel van deze activiteiten zijn gericht op de grove motoriek van peuters.
Grove motoriek gaat over grote bewegingen waarbij bijvoorbeeld de benen, armen en romp worden gebruikt.
Klimmen en klauteren
Stimuleert onder andere:
- kracht;
- evenwicht;
- coördinatie;
- lichaamsbesef.
Fietsen
Helpt bij:
- sturen;
- trappen;
- balans;
- coördinatie.
Balanceren
Oefent:
- evenwicht;
- stabiliteit;
- gecontroleerd bewegen.
Springen
Helpt kinderen om:
- kracht te gebruiken;
- afstanden in te schatten;
- beide lichaamshelften samen te gebruiken.
Ballenactiviteiten
Oefenen:
- oog-handcoördinatie;
- richten;
- kracht doseren;
- reageren op beweging.
Bewegen kan daarnaast worden gecombineerd met fijne motoriek. Een kind kan bijvoorbeeld na een parcours een bal in een mand leggen, een voorwerp oppakken of iets meenemen tijdens het kruipen.
Ontwikkelingsgerichte activiteiten voor peuters
Een goede activiteit hoeft niet alleen leuk te zijn. Je kunt tijdens het bewegen verschillende ontwikkelingsgebieden combineren.
Een parcours kan bijvoorbeeld bestaan uit:
klimmen → kleur benoemen → bal pakken → kruipen → bal in een mand gooien
Daarmee combineer je:
- grove motoriek;
- taal;
- kleurherkenning;
- oog-handcoördinatie;
- ruimtelijke oriëntatie.
Zo worden eenvoudige bewegingsactiviteiten tegelijkertijd ontwikkelingsgerichte activiteiten voor peuters.
Activiteiten met peuters op het kinderdagverblijf
Op een kinderdagverblijf is het belangrijk dat activiteiten praktisch uitvoerbaar zijn. Een activiteit waarbij veel uitleg of wachten nodig is, werkt bij jonge kinderen vaak minder goed.
Kies daarom bij activiteiten met peuters in het kinderdagverblijf bij voorkeur voor:
- korte activiteiten;
- eenvoudige opdrachten;
- weinig losse onderdelen;
- materialen die meerdere kinderen tegelijk kunnen gebruiken;
- een duidelijke bewegingsroute;
- voldoende ruimte tussen de onderdelen.
Een klein parcours met drie of vier onderdelen kan bijvoorbeeld gedurende een langere periode worden gebruikt. Kinderen kunnen zelfstandig oefenen terwijl de begeleider observeert en helpt waar nodig.
Geef peuters ruimte om zelf te ontdekken
Een begeleider hoeft niet iedere beweging voor te schrijven. Wanneer een peuter een klimboog op een andere manier gebruikt dan verwacht, kan dat juist een interessante manier zijn om te ontdekken wat het kind al kan.
Doe een nieuwe beweging voor wanneer dat nodig is, maar geef daarna ruimte voor eigen initiatief.
Hoe lang moet een bewegingsactiviteit voor peuters duren?
Een peuter hoeft niet langdurig geconcentreerd met één activiteit bezig te zijn. Korte momenten van actief bewegen kunnen elkaar gedurende de dag afwisselen.
Een activiteit kan bovendien langer duren doordat kinderen hem meerdere keren herhalen.
Een parcours van twee minuten dat een peuter vijf keer aflegt, betekent bijvoorbeeld dat het kind gedurende de activiteit meerdere keren actief beweegt.
Kijk daarom niet alleen naar de duur van één activiteit, maar vooral naar hoeveel mogelijkheden een kind krijgt om gedurende de dag te bewegen.
eelgestelde vragen over bewegen met peuters
Wat zijn leuke activiteiten voor peuters?
Leuke activiteiten voor peuters zijn onder andere klimmen, klauteren, fietsen, balanceren, springen, kruipen, ballen rollen en gooien en bewegen op muziek. Kies activiteiten die aansluiten bij de leeftijd en die kinderen zelf kunnen ontdekken en herhalen.
Wat zijn goede activiteiten voor een peuter van 2 jaar?
Voor een peuter van 2 jaar zijn eenvoudige bewegingsactiviteiten geschikt, zoals kruipen door een tunnel, over lage obstakels stappen, klimmen op een lage klimboog, balanceren en een bal rollen of gooien.
Welke activiteiten passen bij een peuter van 3 jaar?
Een peuter van 3 jaar kan vaak meerdere bewegingen achter elkaar uitvoeren. Een eenvoudig parcours met klimmen, balanceren, springen en kruipen is daarom geschikt. Ook fietsen, bewegingsspelletjes en bewegen op muziek passen goed bij deze leeftijd.
Wat zijn leuke activiteiten voor peuters binnen?
Geschikte binnenactiviteiten voor peuters zijn een klein beweegparcours, klimmen en klauteren, kruipen door een tunnel, balanceren, springen tussen hoepels, bewegen op muziek en spelen met zachte ballen.
Welke activiteiten zijn geschikt voor peuters op het kinderdagverblijf?
Voor het kinderdagverblijf zijn korte, overzichtelijke activiteiten geschikt waarbij kinderen weinig hoeven te wachten. Denk aan een eenvoudig beweegparcours, klimmen en klauteren, fietsen buiten, balanceren en balspellen.
Welke activiteiten stimuleren de grove motoriek van peuters?
Klimmen, klauteren, fietsen, springen, rennen, balanceren, kruipen en een parcours afleggen zijn voorbeelden van activiteiten die de grove motoriek van peuters aanspreken.
Wat zijn leuke activiteiten met een dreumes?
Bij een dreumes kun je beginnen met eenvoudige activiteiten zoals kruipen, lopen, duwen, trekken, een bal rollen, door een tunnel kruipen en over zeer lage obstakels stappen. De activiteit hoeft maar weinig regels te hebben.
Wat zijn sport- en spelactiviteiten voor peuters?
Bij peuters hoeft sport en spel nog niet op een sporttraining te lijken. Bewegen op muziek, een parcours lopen, fietsen, ballen rollen en gooien, springen en klimmen zijn allemaal eenvoudige sport- en spelactiviteiten voor peuters.
Hoe stimuleer je de motoriek bij peuters?
Geef peuters dagelijks mogelijkheden om verschillende bewegingen te oefenen. Laat ze klimmen, balanceren, fietsen, kruipen, springen en gooien. Bied activiteiten regelmatig opnieuw aan, zodat kinderen bewegingen kunnen herhalen en steeds meer controle over hun lichaam krijgen.